Cloudinventaris → eigenaarschap
Koppel beschikbare resource-ID’s en tags aan eigenaarschap en beheerregistraties.
Cloudresources
Verbind beschikbare Azure-resourcegegevens en tags met je CMDB, eigenaarschap en beheertaken.
Van product naar proces
Koppel beschikbare resource-ID’s en tags aan eigenaarschap en beheerregistraties.
Synchroniseer afgesproken apparaatvelden met je CMDB, bijvoorbeeld in TOPdesk of ServiceNow.
Leg ontbrekende informatie of verschillen bij het team dat de opvolging verzorgt.
Inventaris + CMDB + eigenaarschap
Herkennen, vergelijken en verschillen beoordelen
CMDB bijwerken · Servicemelding starten · Vervanging of uitfasering laten beoordelen
Controleer bron en afspraken, test wijzigingen en volg het resultaat. Handmatige taken krijgen een verantwoordelijke en een bevestiging.
Hergebruik bouwstenen, pas je proces aan en test de wijziging. Je beheert het zelf, samen met ons of laat het aan Scope4mation over.
Het werk tussen je applicaties
Service Automation Suite verbindt Microsoft Azure met je andere applicaties, mensen en afspraken. Zodat gegevens kloppen, het werk doorgaat en je weet wat nog aandacht vraagt.
Gegevens, personen, middelen en relaties op één basis.
Uitvoering ↔ terugmelding

Microsoft IntuneBijvoorbeeld. Ook met andere teams, leveranciers en applicaties.
Wat is klaar? Wie is aan zet? Welke afwijking vraagt actie?
Registraties bijhouden
Verbind beschikbare Azure-resourcegegevens en tags met je CMDB, eigenaarschap en beheertaken.

Gegevens combineren en afspraken toepassen
Combineer de gegevens met jullie beleid, risicoafwegingen en controles. Vraag informatie of een besluit op waar nodig, bewaak acties en leg de uitkomst vast.
Relevante gegevens of processtatus

Bijwerken, uitvoeren en resultaat vastleggen
Haal de beschikbare resource- en taggegevens op binnen de toegestane Azure-scope.
Leg eigenaar, omgeving en lifecycle naast de afspraken en configuratie-items in je servicetool.
Maak ontbrekende of afwijkende registraties zichtbaar en start waar passend een taak of ticket.
Uitgifte & retour
Verbind apparaten en registraties aan de medewerker en de werkelijke overdracht. Een verdwenen device is niet vanzelf een ingeleverde laptop.

Gegevens combineren en afspraken toepassen
Combineer de gegevens met jullie beleid, risicoafwegingen en controles. Vraag informatie of een besluit op waar nodig, bewaak acties en leg de uitkomst vast.
Relevante gegevens of processtatus


Bijwerken, uitvoeren en resultaat vastleggen
Breng beschikbare gebruikers- en assetgegevens samen met de medewerkerregistratie.
Laat de verantwoordelijke persoon de overdracht bevestigen en werk de afgesproken relaties bij.
Volg ontbrekende retouren en verouderde relaties op bij wisseling of vertrek.
Signaleren & opvolgen
Maak van een relevante status of afwijking bruikbaar werk. Voeg context toe en laat het juiste team de opvolging verzorgen.

Gegevens combineren en afspraken toepassen
Combineer de gegevens met jullie beleid, risicoafwegingen en controles. Vraag informatie of een besluit op waar nodig, bewaak acties en leg de uitkomst vast.
Relevante gegevens of processtatus

Bijwerken, uitvoeren en resultaat vastleggen
Gebruik de beschikbare status of gebeurtenis en herken herhaalde meldingen.
Verbind waar beschikbaar de klant, het apparaat of de dienst. Pas je afspraken voor prioriteit en behandelaar toe.
Maak of actualiseer een melding en houd uitvoering en terugmelding bij hetzelfde proces.
Voor de beheerder die wil weten hoe het werkt: verbind Microsoft Azure met je andere applicaties, vertaal de gegevens en gebruik het antwoord voor de volgende stap. Je configureert dit centraal in Service Automation Suite.
Kies de API-methode, URL en authenticatie. Beheer host en credentials in een environment. Test een request in Discovery en bekijk welke velden de API werkelijk teruggeeft.
Selecteer velden, vertaal codes en relateer records met gedeelde gegevens. Vergelijk bron en doel en bepaal welke records nieuw, gewijzigd of onvolledig zijn.
Maak de requestbody uit de gecontroleerde gegevens en bekijk Body Preview voordat je test. Gebruik de resultaat-ID in Data Context voor de volgende aanroep of sla uitvoer op in een entiteit. Richt terugschrijven afzonderlijk in.
Configureer foutregels op HTTP-code en/of melding. Een tijdelijke API-fout kan een begrensde retry krijgen. Een ontbrekende relatie of afwijzing vraagt een andere route: leg de oorzaak vast en richt bijvoorbeeld een controletaak voor de juiste groep in.
Een voorbeeld van de inrichting; geen vaste veldnamen of verplichte combinatie.
Verzonden ≠ verwerkt. Gebruik de terugmelding en de afgesproken controle om de vervolgstap te bepalen.
Met Endpoint Composer publiceer je een ingericht Service Automation Suite-dataobject. Kies lees- en schrijfmethoden en toegangsprofielen. Zo kan bijvoorbeeld een klant afgesproken servicegegevens ophalen of een leverancier informatie aanleveren. De gegevensselectie en verdere verwerking richt je apart in.
Endpoint ComposerCombineer de integratie met bijvoorbeeld een formulier, een centrale matrix, een beoordeling of samenwerking tussen serviceteams. Bijvoorbeeld: een goedgekeurde aanvraag leidt tot uitvoering in Microsoft Entra, een tekenverzoek via ValidSign en terugmelding in TOPdesk. Welke stappen nodig zijn bepaal je vanuit het proces; niet iedere toepassing vraagt al deze onderdelen.
Bekijk de samenwerkende bouwstenenBegin met één toepassing. Verbind bijvoorbeeld klant-, medewerker- en middelengegevens en leg vast welke bron leidend is. Gebruik diezelfde relaties, een matrix waar nodig en de ingerichte acties opnieuw in een volgend proces. Spreek af wie de gegevens en afspraken bijhoudt. Zo breid je uit zonder dezelfde informatie telkens opnieuw te koppelen en te onderhouden.
Een medewerker krijgt een ander apparaat. Het oude middel, de nieuwe registratie en openstaande service- of securitymeldingen mogen niet los van elkaar raken.
Persoon of organisatie heet anders in de bron dan bij een klant of leverancier. Opnieuw matchen op tekst kan verkeerde of dubbele relaties opleveren.
Inkoop, een leverancier en de technische inventaris vertellen elk een deel van het verhaal. Een geleverd middel staat niet vanzelf op de juiste eigenaar.
Configureer de ontbrekende API-aanroep, invoer en uitvoer in API Composer. Gebruik het antwoord in de volgende stap; combineer dit met gegevenstabellen, formulieren en automatiseringen. Je bouwt verder binnen hetzelfde product en kunt de ingerichte bouwstenen opnieuw gebruiken.
Werk via Service Automation Suite bijvoorbeeld een melding in TOPdesk bij met de via de API beschikbare velden, zoals categorie, prioriteit, status en behandelaarsgroep. Gebruik je een andere applicatie, dan richt je de aanroep en veldvertaling daarvoor in. De uitkomst bepaalt de volgende actie: bevestigen, informatie aanvullen of laten beoordelen, niet alleen controleren of de aanroep technisch aankwam.
Zelf bouwen: bekijk de technische aanpakWil je juist gegevens beschikbaar stellen of laten aanleveren? Met Endpoint Composer ontsluit je een ingericht Service Automation Suite-dataobject met gekozen methoden en toegangsprofielen. De vervolgstappen organiseer je met de andere bouwstenen.
Van product naar proces