Microsoft Dynamics 365 is een familie van bedrijfsapplicaties voor onder meer verkoop, klantenservice en administratie. Sales en Customer Service ondersteunen klantrelaties en dienstverlening; Business Central richt zich op bedrijfsvoering en financiën. Met Service Automation Suite verbind je de relevante gegevens en processtappen met je andere applicaties.
Het werk tussen je applicaties
Van klantafspraak naar uitgevoerd werk.
Je klantrelatie staat in Dynamics. De uitvoering ligt vaak bij andere teams. Verbind de afspraak met dienstverlening en administratie, zodat de klant niet opnieuw hoeft uit te leggen wat al bekend is. Je teams houden hun eigen applicaties en zien welke stap nog aandacht vraagt.
Een wijziging, aanvraag of signaal
Service Automation Suite
Gegevens, personen, middelen en relaties op één basis.
Vergelijken
Wat is er? Wat hoort er te zijn?
Bepalen wat nodig is
Matrix · beleid · wettelijke eisen
Het vervolg regelen
Controles · taken · goedkeuringen · acties
Uitvoering ↔ terugmelding
Jouw mensen en tools
Microsoft Dynamics 365
Bijvoorbeeld. Ook met andere teams, leveranciers en applicaties.
Controleren. Informeren. Rapporteren.
Wat is klaar? Wie is aan zet? Welke afwijking vraagt actie?
Begin met één koppeling, lijst of controle. Bouw verder met dezelfde gegevens en afspraken.
Klantgegevens
Dezelfde klant, ook buiten Dynamics herkenbaar.
In Dynamics 365 Sales beheer je klanten en contactpersonen. Laat de gegevens die andere teams nodig hebben aansluiten op hun eigen registratie, zonder dezelfde relatie steeds opnieuw in te voeren.
Service Automation Suite · Centrale regie
Relaties herkennen, gegevens controleren en vervolg bepalen
Vul aan met een centrale lijst en bronafspraken. Controleer verschillen, vraag ontbrekende gegevens na en bepaal wat wordt bijgewerkt.
Werken vanuit Dynamics 365
Microsoft Dynamics 365
Klanten & contactpersonen uit Sales
Je andere applicaties
Bijvoorbeeld de klantcontext bij je serviceteam
Spreek af welke bron leidend is
Bepaal welke klant- en contactgegevens Dynamics beheert en welke informatie in de andere applicatie thuishoort. Deel alleen wat het gekozen proces nodig heeft.
Herken de bestaande relatie
Verbind klant- en contactreferenties met dezelfde relatie in je andere applicaties. Een onzekere match vraagt beoordeling, niet automatisch een nieuw klantrecord.
Werk gericht bij en controleer
Laat afgesproken wijzigingen volgen en leg het resultaat vast. Ontbrekende gegevens of conflicten krijgen een eigenaar, zodat de registratie bruikbaar blijft.
Van verkoop naar service
De klant is binnen. Wie regelt het vervolg?
Een verkoop in Dynamics 365 Sales kan het startpunt zijn voor onboarding of dienstverlening. Gebruik je Dynamics 365 Customer Service, dan kan juist een klantvraag het vervolg starten. Verbind de benodigde context met de teams die het werk uitvoeren.
Service Automation Suite · Centrale regie
Relaties herkennen, gegevens controleren en vervolg bepalen
Combineer de gegevens met jullie beleid, risicoafwegingen en controles. Vraag informatie of een besluit op waar nodig, bewaak acties en leg de uitkomst vast.
Werken vanuit Dynamics 365
Microsoft Dynamics 365
Een afgesproken verkoopmoment of klantvraag
Je andere applicaties
Jira
Bijvoorbeeld uitvoering en terugmelding bij het verantwoordelijke team
Kies een duidelijk overdrachtsmoment
Leg vast welke gebeurtenis vervolgwerk mag starten en welke klant-, afspraak- en aanvraaggegevens nodig zijn. Niet iedere gewijzigde status is een opdracht.
Geef de uitvoering context
Zet het afgesproken werk klaar in de applicatie van het uitvoerende team. Verbind het met de oorspronkelijke klantvraag en bepaal wie de voortgang bewaakt.
Breng de uitkomst terug
Laat zien wat is opgepakt, afgerond of nog niet geregeld. Verwerk afgesproken terugmeldingen bij de oorspronkelijke relatie of aanvraag, zodat verkoop en service dezelfde voortgang zien.
Business Central
Het werk is gedaan. De administratie volgt mee.
Dynamics 365 Business Central ondersteunt onder meer financiën, verkoop en bedrijfsvoering. Verbind relevante klant-, order- en artikelgegevens met je andere processen, of laat een bevestigde uitvoering het afgesproken administratieve vervolg starten.
Service Automation Suite · Centrale regie
Relaties herkennen, gegevens controleren en vervolg bepalen
Combineer de gegevens met jullie beleid, risicoafwegingen en controles. Vraag informatie of een besluit op waar nodig, bewaak acties en leg de uitkomst vast.
Werken vanuit Dynamics 365
Microsoft Dynamics 365
Klanten, orders of artikelen uit Business Central
Je andere applicaties
Freshworks
Bijvoorbeeld servicewerk verbinden met de administratie
Houd de juiste administratie aan
Bepaal bij welke administratie, klant en order de gegevens horen. Houd Sales, Customer Service en Business Central herkenbaar als verschillende toepassingen.
Controleer voordat je verwerkt
Vergelijk referenties en verplichte gegevens met jullie afspraken. Laat ontbrekende informatie aanvullen en vraag akkoord waar een administratieve actie dat vereist.
Volg de verwerking op
Leg vast wat is verwerkt en wat is afgewezen. Houd een onzekere uitkomst apart en voorkom dat dezelfde opdracht onbedoeld nogmaals wordt uitgevoerd.
Onder de motorkap
Zo verbind, test en beheer je de integratie.
Voor de beheerder die wil weten hoe het werkt: verbind Microsoft Dynamics 365 met je andere applicaties, vertaal de gegevens en gebruik het antwoord voor de volgende stap. Je configureert dit centraal in Service Automation Suite.
Kies eerst de Dynamics-toepassing
Sales en Customer Service gebruiken Microsoft Dataverse. Business Central heeft een eigen API en administratiecontext. We toetsen de gebruikte toepassing, omgeving, rechten en beschikbare gegevens voordat we de inrichting bepalen. Een aansluiting op de ene toepassing is niet automatisch een aansluiting op alle Dynamics-producten.
Kies de API-methode, URL en authenticatie. Beheer host en credentials in een environment. Test een request in Discovery en bekijk welke velden de API werkelijk teruggeeft.
Selecteer velden, vertaal codes en relateer records met gedeelde gegevens. Vergelijk bron en doel en bepaal welke records nieuw, gewijzigd of onvolledig zijn.
Maak de requestbody uit de gecontroleerde gegevens en bekijk Body Preview voordat je test. Gebruik de resultaat-ID in Data Context voor de volgende aanroep of sla uitvoer op in een entiteit. Richt terugschrijven afzonderlijk in.
Configureer foutregels op HTTP-code en/of melding. Een tijdelijke API-fout kan een begrensde retry krijgen. Een ontbrekende relatie of afwijzing vraagt een andere route: leg de oorzaak vast en richt bijvoorbeeld een controletaak voor de juiste groep in.
Welke gegevens houd je bij?
Een voorbeeld van de inrichting; geen vaste veldnamen of verplichte combinatie.
Bron-ID en externe referentie
Bewaar de bevestigde relatie tussen registraties en hergebruik die in andere integraties.
Velden, codes en verplichte gegevens
Selecteer de benodigde gegevens, vertaal waarden en vul aan uit gedeelde tabellen. Laat onzekere matches beoordelen.
Resultaatreferentie en verwerkingsstatus
Gebruik de beschikbare response voor terugkoppeling en afgesproken vervolgacties.
Verzonden ≠ verwerkt. Gebruik de terugmelding en de afgesproken controle om de vervolgstap te bepalen.
Zelf gegevens beschikbaar stellen?
Met Endpoint Composer publiceer je een ingericht Service Automation Suite-dataobject. Kies lees- en schrijfmethoden en toegangsprofielen. Zo kan bijvoorbeeld een klant afgesproken servicegegevens ophalen of een leverancier informatie aanleveren. De gegevensselectie en verdere verwerking richt je apart in.
Combineer de integratie met bijvoorbeeld een formulier, een centrale matrix, een beoordeling of samenwerking tussen serviceteams. Bijvoorbeeld: een goedgekeurde aanvraag leidt tot uitvoering in Microsoft Entra, een tekenverzoek via ValidSign en terugmelding in TOPdesk. Welke stappen nodig zijn bepaal je vanuit het proces; niet iedere toepassing vraagt al deze onderdelen.
Gebruik dezelfde gegevens en afspraken in je volgende proces.
Begin met één toepassing. Verbind bijvoorbeeld klant-, medewerker- en middelengegevens en leg vast welke bron leidend is. Gebruik diezelfde relaties, een matrix waar nodig en de ingerichte acties opnieuw in een volgend proces. Spreek af wie de gegevens en afspraken bijhoudt. Zo breid je uit zonder dezelfde informatie telkens opnieuw te koppelen en te onderhouden.
Wel geschreven, nog niet verantwoord.
Servicewerk is uitgevoerd, maar de uren passen niet bij een bekende klant, projectcode of afgesproken verwerking.
Samenbrengen
Combineer uren met de centrale klant- en projectrelaties en de afspraken voor administratieve verwerking. Vraag ontbrekende gegevens gericht op.
Uitkomst bepaalt het vervolg
Geaccepteerd: bewaar de referentie van de financiële verwerking. Afgewezen: laat de verantwoordelijke de oorzaak herstellen. Een opnieuw verstuurde regel vraagt controle op bestaande verwerking.
Wat het oplevert
Minder zoekwerk en correcties tussen serviceteam en administratie, zonder fouten automatisch als factureerbaar werk te behandelen.
Een andere naam, niet meteen een nieuwe relatie.
Persoon of organisatie heet anders in de bron dan bij een klant of leverancier. Opnieuw matchen op tekst kan verkeerde of dubbele relaties opleveren.
Samenbrengen
Bewaar bevestigde identificaties en bronafspraken in een gedeelde tabel. Hergebruik die relatie voor aanvragen, meldingen en andere integraties.
Uitkomst bepaalt het vervolg
Bekende sleutel: gebruik de relatie. Meerdere kandidaten of ontbrekende identificatie: vraag beoordeling. Na bevestiging kan de vastgelegde relatie opnieuw worden gebruikt.
Wat het oplevert
Een consistente gegevensbasis die je als team beheert, in plaats van per koppeling opnieuw uitzoekt.
Een rapport verversen is nog geen betrouwbare dataset.
Een bronaanroep kan slagen terwijl gegevens ontbreken, anders zijn gecodeerd of nog niet volledig zijn opgehaald.
Samenbrengen
Combineer paginering en uitvoermapping met de afgesproken gegevenscontroles. Gebruik gedeelde relatietabellen om bronnen bij elkaar te brengen.
Uitkomst bepaalt het vervolg
Controle geslaagd: zet de dataset klaar. Afwijking: laat controleren en maak de actualiteit zichtbaar. Een tijdelijke API-fout krijgt een begrensde herstelroute.
Wat het oplevert
Beter onderscheid tussen een technisch geslaagde import en informatie waarop je verantwoord kunt sturen.
Jouw proces past niet in een standaardactie?
Configureer de ontbrekende API-aanroep, invoer en uitvoer in API Composer. Gebruik het antwoord in de volgende stap; combineer dit met gegevenstabellen, formulieren en automatiseringen. Je bouwt verder binnen hetzelfde product en kunt de ingerichte bouwstenen opnieuw gebruiken.
Werk via Service Automation Suite bijvoorbeeld een melding in TOPdesk bij met de via de API beschikbare velden, zoals categorie, prioriteit, status en behandelaarsgroep. Gebruik je een andere applicatie, dan richt je de aanroep en veldvertaling daarvoor in. De uitkomst bepaalt de volgende actie: bevestigen, informatie aanvullen of laten beoordelen, niet alleen controleren of de aanroep technisch aankwam.
Wil je juist gegevens beschikbaar stellen of laten aanleveren? Met Endpoint Composer ontsluit je een ingericht Service Automation Suite-dataobject met gekozen methoden en toegangsprofielen. De vervolgstappen organiseer je met de andere bouwstenen.
Van product naar proces
Dynamics in je bredere proces
Verbind klantrelaties en administratie met het werk van de teams eromheen. Kies de toepassing die aansluit op jouw vraag.
Schuif aan. Of bel even in.
Koffie, thee of gewoon online: vertel ons waar je mee bezig bent.
We denken mee over de koppelingen, automatisering en regie die jouw proces verder helpen. Ook als jouw toepassing nog niet in het overzicht staat.