Jouw proces als vertrekpunt
Een duidelijke ingang voor samenwerking.
Wanneer een leverancier, klant of applicatie iets meldt, wil je dat de informatie meteen op de juiste plek komt. Endpoint Composer biedt een beheerde ingang. We spreken samen af welke gegevens nodig zijn, wie toegang krijgt en wat er met een aanvraag gebeurt.
Wat het voor jou doet
Duidelijke afspraken over invoer
Leg vast welke gegevens nodig zijn, zodat het vervolg niet begint met uitzoekwerk.
Gecontroleerde toegang
Richt per afnemer of partner in hoe deze de ingang mag gebruiken.
Direct een bruikbare reactie
De aanleverende partij krijgt terug of de aanvraag is ontvangen en verwerkt.
Een herkenbaar voorbeeld
Zo wordt het concreet.
Je combineert TOPdesk-servicegegevens met centrale klantrelaties en zet de afgesproken selectie klaar in een Service Automation Suite-dataobject. De klant leest die informatie via een ingericht endpoint, zonder rechtstreeks toegang te krijgen tot TOPdesk. Een ander endpoint kan ontvangstgegevens van een leverancier aannemen; de afzonderlijke procesinrichting bepaalt hoe die worden gecontroleerd en verwerkt.
De plek in Service Automation Suite
De tussenstukken verzorgen wij.
Endpoint Composer regelt de ingang. De andere Service Automation Suite-componenten kunnen daarna gegevens verrijken, systemen bijwerken en de opvolging organiseren.
Voor integratiebeheerders en bouwers
Je gegevens krijgen een beheerde ingang én uitgang.
API Composer roept een andere API aan. Endpoint Composer maakt een ingericht Service Automation Suite-dataobject bereikbaar voor een klant, leverancier of applicatie. Je kiest de methoden en toegang; verwerking en procesbesluiten configureer je apart.
Servicegegevens delen met een klant
Combineer servicegegevens en klantrelaties in een gegevensstroom. Zet alleen de afgesproken selectie klaar in het gepubliceerde object en geef de afnemer leesrechten. Het bronsysteem hoeft niet rechtstreeks open voor die klant.
Eén gegevensbasis voor meerdere afnemers
Bereid informatie voor op BI of andere applicaties en hergebruik de centrale definities en relaties. Maak per gebruiksdoel een passend dataobject en endpoint, in plaats van iedere afnemer zelf alle bronnen te laten combineren.
Een leverancier laat ontvangst of levering weten
Laat een leverancier de afgesproken gegevens aanleveren in een object. Een afzonderlijk ingericht proces controleert de referenties en bevestiging en werkt daarna bijvoorbeeld de juiste TOPdesk-activiteit bij. Ontvangst van data is niet automatisch bewijs van afgeronde uitvoering.
Dataobject en gegevensgrens bepalen
Kies welk Service Automation Suite-object je publiceert. Richt de toegestane klantselectie en inhoud vooraf in. Een API-key is geen automatische klantfilter en bepaalt niet vanzelf welke records bij een afnemer horen.
Methoden en sleutels kiezen
Stel GET in voor lezen en alleen waar nodig POST, PUT, PATCH of DELETE voor schrijven. Kies bij schrijfmethoden de sleutelvelden waarmee records worden herkend. Niet alle veldtypen worden door de object-endpoints ondersteund.
Securityprofiel en API-keys beheren
Koppel een securityprofiel aan het endpoint of laat het van de map overerven. Beheer benoemde API-keys met een vervaldatum. Een key op een profiel geeft toegang tot alle endpoints die dat profiel gebruiken: baken de profielen daarom bewust af.
Toegang en verwerking apart testen
Test toegestane en geweigerde toegang, lees- en schrijfmethoden en de herkenning van bestaande records. Controleer daarna de afzonderlijk ingerichte verwerking, terugmelding en foutafhandeling. Een endpoint kan uit worden gezet zonder de configuratie te verwijderen.

