Wiki · 1.1
Windows-service, configuratie, uitgaand HTTPS, versievoorwaarden, updates en logging.
Gebruik een Windows-server met toegang tot de gewenste lokale bronnen en uitgaand HTTPS naar de juiste Qixium-instantie op poort 443. Volgens de installatiehandleiding wordt één Agent per server ondersteund. Controleer de Windows-versie en Agent-versie voor jouw installatie met support.
| Bronrichtlijn, inclusief Windows | Minimaal | Aanbevolen |
|---|---|---|
| Geheugen | 4 GB | 8 GB |
| Opslag | 100 GB | 160 GB |
| Processor | 2 GHz, 2 cores | 2 GHz, 4 cores |
Dit zijn de specificaties uit de online bron, gecontroleerd op 6 november 2026. Grotere datasets kunnen meer geheugen vragen. De oudere PDF noemt andere opslagwaarden; gebruik de actuele versieafspraken voor de uiteindelijke capaciteit.
C:\Qixium.Agent\config.json. Controleer rootDataFolder, rootConfigFolder en pluginFolder. Gebruik de exacte veldnamen uit het gegenereerde bestand.{
"rootDataFolder": "C:\\Qixium\\data",
"rootConfigFolder": "C:\\Qixium\\configs",
"pluginFolder": "C:\\Qixium\\Agent\\plugins"
}
Behandel het pakket en de configuratie als vertrouwelijk: ze kunnen koppelgegevens bevatten. Plaats ze niet in een openbare download, wiki, ticket of bronrepository.
Open voor de installatie een verhoogde opdrachtprompt in de Agent-map. Controleer de verbinding eerst in consolemodus:
cs.agent.win.exe -consoleSluit die console-uitvoering af voordat je de Windows-service gebruikt. Installeer vervolgens de service:
cs.agent.win.exe -installStel het benodigde serviceaccount in en start de service via Windows Services. Beperk dat account tot de benodigde mappen, scripts, AD-onderdelen en databaseobjecten. Consolemodus vereist een open sessie en is niet bedoeld voor doorlopende productie-uitvoering.
De actuele online installatiehandleiding noemt cs.agent.win.exe -uninstall. De oudere PDF bevat twee afwijkende spellingen. Controleer de opdracht voor je geïnstalleerde versie en verwijder de service alleen als onderdeel van gepland beheer.
Voeg onder Connector > Connections > Connections het connector-type toe en selecteer de juiste Agent. Open daarna de Agent en kies Herladen Agent Configuraties. Vul de gegenereerde connectorconfiguratie in de lokale configs-map aan en herlaad opnieuw. Controleer zowel Online-status als een gecontroleerde leesactie.
De Agent meldt zich met keep-alive. De bron beschrijft automatische Agent-updates bij een upgrade van de instantie; neem dit mee in je onderhoudsplanning. Bekijk Logging > Agent Log en de lokale AgentLog-map. De PDF noemt zeven dagen bewaartijd in de instantie; bevestig de actuele bewaartijd voor jouw versie.
Terug naar Agent en connectoren
Bronnen gecontroleerd op 6 november 2026. Schermnamen en mogelijkheden hangen af van je geïnstalleerde versie en inrichting.